Mijn leeservaring met Bert Wienen

Ik sloot vorige week het boek Van individueel naar inclusief onderwijs van Bert Wienen. Geen lichte kost, zeker niet voor iemand die zelf niet dagelijks in de klas staat. Toch raakte het me, juist omdat ik het las als ouder en als eeuwige student. Het zette me stil bij vragen die ik mezelf niet dagelijks stel. Hoe kijk ik naar kinderen? Zie ik vooral een diagnose of een label? Of probeer ik eerst te begrijpen in welke context een kind leert en groeit?

Etiketten of context

Tijdens het lezen merkte ik dat ik soms ongemakkelijk werd. Want hoe gemakkelijk plakken we als volwassenen een etiket: dit kind heeft dyslexie, dat kind heeft ADD, dat kind is hoogbegaafd. Het lijkt soms bijna vanzelfsprekend om kinderen in zulke hokjes te plaatsen. Ik vroeg me af: doe ik dat zelf ook? Of ben ik in staat de vragen te stellen die Wienen voorlegt: wat is hier de context, wat speelt er in de omgeving, hoe kijkt de school en het team?

De waarde van weerstand

Een begrip dat steeds terugkomt is weerstand. Leren is niet altijd leuk. En dat hoeft ook niet. Juist wanneer het spannend wordt, wanneer je struikelt of wanneer je denkt dat je iets nooit zult kunnen, ontstaat de kans om te groeien. Wienen beschrijft dat zo treffend dat ik meteen terugdacht aan momenten met mijn eigen kinderen.

Ik herken het uit mijn studie en werk, maar net zo goed aan de keukentafel. Die ene wiskundetoets die maar niet lukte of het huiswerk wat nieuw was en abracadabra. Het oefenen, het zuchten, soms de tranen. En dan toch de ervaring dat je na doorzetten ineens een stap verder bent. Dat je iets kunt wat je eerder niet kon. Dáár ontstaat leren.

Voor mij is dat pedagogische weerstand: niet alles gladstrijken of gemakkelijk maken, maar juist ruimte geven voor de spanning en de moeite. Het is precies dat wat ik (mijn) kinderen gun.

Hoge verwachtingen

Wat mij ook bijbleef uit het boek is het belang van hoge verwachtingen. Een leraar die gelooft dat een kind verder kan komen dan het zelf denkt, maakt een wereld van verschil. Dat geldt net zo goed voor ouders. Kinderen voelen feilloos aan of wij vertrouwen hebben in hun mogelijkheden.

Ik zie het bij Tessa. Wanneer ik zeg: “Jij kunt dit, ook al kost het je meer tijd en anders heb je het geprobeerd” dan begint ze of zet ze door. Hoge verwachtingen betekenen niet dat alles moet of dat falen geen optie is. Het betekent dat je een kind serieus neemt, ook in zijn of haar worsteling.

De school als oefenplaats

Wienen gebruikt de school als metafoor voor een oefenplaats voor de samenleving. Een plek waar kinderen mogen proberen, falen, leren en weer opstaan. Niet alleen cognitief, maar ook sociaal en emotioneel. Hier leer je samenwerken, je plek innemen, rekening houden met de ander.

Ik vind dat een fijne gedachte. Het haalt de druk van perfectie eraf. De school is niet alleen een fabriek van cijfers en resultaten, maar een oefenplaats voor het leven. Elke les is een oefening in geest, zelfbeheersing en wederzijds respect. Als we met elkaar ook nog kritisch kunnen kijken naar de toetscultuur dan is het ook congruent.

Mijn positie als ouder en student

Ik las dit boek dus niet als leraar of schoolleider, maar als ouder en student. Dat geeft een bijzondere blik. Als ouder wil ik mijn kinderen beschermen tegen te snelle oordelen of etiketten. Tegelijk weet ik dat ze moeten leren omgaan met weerstand en dat ik ze niet altijd kan behoeden voor pijn of mislukking. Dat is een moeilijke balans.

Als student kijk ik met nieuwsgierigheid en honger naar nieuwe inzichten. Het boek gaf me bevestiging van overtuigingen die ik al had, maar zette me ook aan tot verder nadenken. Het bracht nieuwe literatuur op mijn lijst en gaf me woorden voor wat ik intuïtief vaak al voelde.

Brug naar mijn afstuderen

Voor mijn afstuderen zoek ik naar een thema dat raakt aan de kern van onderwijs en motivatie. Steeds opnieuw kom ik uit bij de rol van de leraar. Hoe een leraar kijkt, welke verwachtingen hij of zij heeft, hoe weerstand wordt geboden en hoe de pedagogische relatie wordt vormgegeven. Dat lijkt mij de sleutel.

Dit boek van Bert Wienen sterkt mij in die overtuiging. Inclusief onderwijs is niet alleen een kwestie van beleid of systemen. Het gaat uiteindelijk om mensen. Om leraren die vragen durven stellen, die context zien, die weerstand niet schuwen en die kinderen voorbereiden op het echte leven.

Tot slot

Ik sluit het boek met het gevoel dat er nog veel gedachten moeten rijpen. Sommige inzichten blijven nog even puttelen, andere wil ik direct meenemen. Wat ik vooral meeneem, is dat inclusief onderwijs in wezen gaat over een menselijke houding: kijken naar het geheel, hoge verwachtingen hebben, kinderen serieus nemen, en hen laten oefenen in leven en samenleven.

De metafoor van vogels blijft me bij. Wienen schrijft over de koekoek die haar eieren legt in het nest van een andere vogel, een beeld dat scherp en confronterend is. In het boek Da’s Gek van Daniella Braun kwam ik juist Harry tegen, de paradijsvogel die ruimte geeft aan vernieuwing, creativiteit en plezier. Voor mij vullen die beelden elkaar mooi aan. Soms vraagt onderwijs om weerstand en scherpte, soms juist om speelsheid en ruimte. En misschien is het wel precies die balans die we onze kinderen en onszelf mogen gunnen.